Reactie Bornemann’s betoog door Martinus Stollenga
Bornemann’s betoog lijkt me heel goed te passen bij het boek van Michael E. Porter, Redefining Health Care waarover ik je al eerder sprak. Hij beantwoord in dat boek de vraag of de gezondheidszorg wel of niet met elkaar zou moeten concurreren met een ja onder de voorwaarde dat concurrentie plaats vindt op de waardetoevoeging die wordt gerealiseerd voor de patient en dus geen concurrentie alleen op basis van macht, geld, efficiency en dergelijke zoals nu veelal gebeurt.
Vervolgens analyseert hij met dit uitgangspunt het functioneren van de gezondheidszorg in de VS en, je begrijpt wel, daar blijft niet veel goeds van over. Vervolgens beschrijft hij hoe de gezondheidszorg het beste georganiseerd kan worden om maximaal te kunnen concurreren op de waardevermeerdering voor de patient. Het komt er kort op neer, dat je algemene toegangen nodig hebt waarachter per ziektebeeld van preventie tot en met herstel de zorg is georganiseerd. Vervolgens werkt hij uit wat dit betekent voor de verschillende spelers in de gezondheidszorg: de cliënten, aanbieders, verzekeraars en politici. Een lezenswaardig boek, zeker als je een beetje door de typisch Amerikaanse retoriek weet heen te kijken. Het gebrek aan actieve opstelling in die mooie Nederlandse voorzieningen, herken ik ook in de dagelijkse praktijk. Maar ik zie ook dat de Verslavingszorg daarin een voorsprong heeft op de GGZ, incl. de RIBW-en. Dat is voor onze organisatie nu ook een groot probleem.
------------------------------------------------------------------------------------------
Een bijzonder inspirerend verhaal van Borneman en dat terwijl hij me op 6 december in het lustrumcongres van GGZ Nederland niet zo kon boeien.
Ik zou er een paar opmerkingen over willen maken. Zijn betoog lijkt me heel goed te passen bij het boek van Michael E. Porter, Redefining Health Care waarover ik je al eerder sprak. Hij
beantwoord in dat boek de vraag of de gezondheidszorg wel of niet met elkaar zou moeten concurreren met een ja onder de voorwaarde dat concurrentie plaats vindt op de waardetoevoeging die wordt gerealiseerd voor de patient en dus geen concurrentie alleen op basis van macht, geld, efficiency en dergelijke zoals nu veelal gebeurt. Vervolgens analyseert hij met dit uitgangspunt het functioneren van de gezondheidszorg in de VS en, je begrijpt wel, daar blijft niet veel goeds van over. Vervolgens beschrijft hij hoe de gezondheidszorg het beste georganiseerd kan worden om maximaal te kunnen concurreren op de waardevermeerdering voor de patient. Het komt er kort op neer, dat je algemene toegangen nodig hebt waarachter per ziektebeeld van preventie tot en met herstel de zorg is georganiseerd. Vervolgens werkt hij uit wat dit betekent voor de verschillende spelers in de gezondheidszorg: de cliënten, aanbieders, verzekeraars en politici. Een lezenswaardig boek, zeker als je een beetje door de typisch Amerikaanse retoriek weet heen te kijken. Het gebrek aan actieve opstelling in die mooie Nederlandse voorzieningen, herken ik ook in de dagelijkse praktijk. Maar ik zie ook dat de Verslavingszorg daarin een voorsprong heeft op de GGZ, incl. de RIBW-en. Dat is voor onze organisatie nu ook een groot probleem.
We worden enigszins gedwongen gebruik te maken van RIBW plaatsen van RIBW-organisatie. Maar voor onze cliënten is de overgang van een activerende en op de stimulering en ontwikkeling van je eigen verantwoordelijkheid gerichte behandeling in een TG naar een paternalistische omarmende en verantwoordelijkheid overnemende RIBW erg groot en een enorme stap terug. We zijn daarover met de betreffende organisatie in gesprek, maar dat is niet 1-2-3 opgelost. In de GGZ wordt gestimuleerd door de DBC's steeds meer gesproken over producten en productie en ik zie dat ook enigszins terug in de woorden van Borneman. Ik heb jaren geleden voor CAD Drenthe de marketingliteratuur voor de commerciële dienstverlening vertaald naar wat die literatuur betekent voor de verslavingszorg. Het belangrijkste is je te realiseren dat de GGZ/VZ geen producten levert maar diensten.
Bij diensten wordt de kwaliteit bepaalt door de interactie tussen de dienstverlener en de ontvanger daarvan. Bij een product wordt de kwaliteit bepaalt door dat product zelf. Het aardige van de interactie is nu juist dat beide 'partijen' invloed hebben op de kwaliteit en we met elkaar kunnen proberen hun inbreng te verbeteren. dat vraag van de ontvanger een actieve en meewerkende opstelling. In de VZ is (niet bewust) goed begrepen door veel aandacht te besteden aan motivatie. Helaas wordt er nog niet zo veel aandacht besteed aan de inspanningen die de client moet leveren om de diensten af te kunnen nemen en daaraan een actieve bijdrage te kunnen leveren. De bijdrage van de dienstenleverancier is te beïnvloeden door de organisatie van die leverancier en de competenties van de medewerkers. Een daarvan is hiervoor al genoemd: de medewerker moet een actieve houding hebben. Hier is nog veel meer over te zeggen, maar het belangrijkste is de verschillen van producten en diensten voortdurend te benadrukken. Borneman heeft zeker een punt over de samenhang tussen somatiek en psychiatrie. In Nederland hebben we hiervoor wat merkwaardige oplossing volgens mij. Als bij een psychiatrisch patiënten veel somatiek vermoed wordt of aanwezig is vindt volgens mij vaak verwijzing naar een PAAZ
plaats. Nu verdwijnen deze volgens mij meer en meer om deel te gaan uitmaken van een Centrum voor geestelijke gezondheidszorg samen met de GGZ. Of dat voldoende tegemoet komt aan de somatische kant van de psychiatrie mag betwijfeld worden. De invoering van de DBC's was voor de Minister destijds deels ook hiervoor bedoeld: het dichter bij elkaar brengen van ggz en somatische zorg door er voor te zorgen dat met 1 taal en financieringssystematiek zou worden gewerkt.
Mogelijk kan een gezamenlijke statement aan de oplossing van verschillende van de genoemde vraagstukken, maar ook aan andere een bijdrage leveren. Het kan in ieder geval helpen bij het systematisch met elkaar over de inhoud van de zorg te voeren overleg tussen aanbieders en afnemers en hun familie.
Bij het verhaal van Borneman moet wel bedacht worden dat er een enorm verschil is tussen de Amerikaanse gezondheidszorg en de Nederlandse. De vraag is dan ook als hij opmerkingen maakt over de Nederlandse voorzieningen of die wel functioneren voor een vergelijkbare groep cliënten als de Amerikaanse. Ik denk het niet en bovendien is hun maatschappelijke problematiek erg verschillend.
Groet,
Martinus